Liegen zonder te liegen
Dubbelspraak (doublespeak) is taalgebruik dat opzettelijk de betekenis van woorden verhult, maskeert, verdraait of omkeert. Sommige mensen verwarren het met de “witte leugen”. Maar een witte leugen wordt gesproken met goede bedoelingen, om de ander te ontzien. Niet om de toehoorder te beschadigen, al dan niet fysiek.
Dubbelspraak wordt het meest geassocieerd met de politieke taal die wordt gebruikt door grote entiteiten zoals bedrijven en overheden. Bijvoorbeeld om een nieuwe belastingheffing in te voeren of gezondheidsproducten aan de man te brengen.
Zou deze techniek ook zijn ingezet in de geschiedenis van de vitamines?
Oorsprong
In deze video vat de Amerikaanse taalkundige William Lutz, auteur van het boek Doublespeak, het kernachtig samen: de taal is zo ontworpen dat ze misleidend is, terwijl ze net doet alsof ze dat niet is.
Het concept van doublespeak vindt zijn oorsprong in de ideeën van schrijver George Orwell. In zijn beroemde roman 1984 beschrijft hij het begrip “doublethink”: het vermogen om tegelijkertijd twee tegenstrijdige ideeën te accepteren.
De schrijver Edward S. Herman beschrijft in zijn boek Beyond Hypocrisy de belangrijkste kenmerken van dubbelspraak:
What is really important in the world of doublespeak is the ability to lie, whether knowingly or unconsciously, and to get away with it; and the ability to use lies and choose and shape facts selectively, blocking out those that don’t fit an agenda or program. 1)
Wat echt belangrijk is in de wereld van dubbelspraak, is het vermogen om te liegen, bewust of onbewust, en ermee weg te komen; en het vermogen om leugens te gebruiken en feiten selectief te kiezen en te verdraaien, waarbij feiten die niet in een agenda of programma passen, worden buitengesloten.
Dubbelspraak omvat dus ook het “liegen door omissie”, de kunst van het weglaten. Bijvoorbeeld het niet vermelden van welke grondstoffen de vitaminesupplementen worden gemaakt.
Een andere krachtige vorm van doublespeak is branding. De term “vitamine” is op zichzelf al briljant en voor de meeste mensen bijna synoniem met gezondheid en vitaliteit.
Intensify/downplay, het versterken van de ene boodschap en het afzwakken van de andere, werd door communicatietheoreticus Hugh Rank benoemd in de jaren '70. Ook dit is herkenbaar ingezet.
Vitamine A en vitamine D kunnen wonderen verrichten, daar zijn boeken over volgeschreven. De ongelukken die er ook mee gebeuren worden afgezwakt of anders benoemd.
Kortom, het lijkt erop dat al deze technieken inderdaad volop worden ingezet door de vitamine-industrie. Met desastreuze gevolgen. Hoe heeft dit zo kunnen lopen?
De kwestie
Tijdens de jaren '20 van de vorige eeuw heerste er onder wetenschappers jarenlang onenigheid over vitamine A, de eerstgevonden “vetoplosbare factor”. Het leek namelijk in twee afzonderlijke vormen te bestaan.
Zat de vitamine nu in wortelen, maïs en groene groente? Of moest de echte vitamine toch uit de boter, het eigeel en uitgeknepen levers komen? Was het plantaardig en vetoplosbaar of zat het juist in de dierlijke vetten? Zowel de dierlijke vetten als de plantaardige pigmenten werkten namelijk: beiden konden de bewust opgewekte groeiachterstand verhelpen bij de proefdieren.
De kwestie werd in 1930 definitief beslecht door Thomas Moore. De werkzame stof die was gevonden in dierlijke vetten, in melkvet, eidooier of levertraan, bleek door de dieren zelf gemaakt uit de pigmenten van het plantaardige voer. Moore ontdekte dat bèta-caroteen, het pigment dat worteltjes die mooie oranje kleur geeft, door de dieren wordt omgezet in de gevonden “vitamine”.
Als je er even over nadenkt is dat ook niet meer dan logisch. Want die koeien, kippen, muizen en ratten die werden gebruikt als proefdier zijn allemaal echte planteneters.
Moore publiceerde zijn definitieve vaststelling in 1930 in het prestigieuze blad The Lancet. Dieren maken die vitamine A zelf en gebruiken daarvoor het caroteen uit de planten die ze eten. De echte vitamine zit in wortelen en boerenkool! Maar dat kwam de industrie vermoedelijk niet gelegen.
Want hoe moest het dan bijvoorbeeld verder met Davitamon AD, dat in 1928 zo succesvol op de markt was gebracht? Davitamon beloofde “vitamine A en D als volwaardig alternatief voor levertraan”. Caroteen uit groente of fruit was geen aantrekkelijke grondstof voor die “hoogwaardige voedingssupplementen”.2)
De farmaceut uit Oss was in 1923 ontstaan als een dochteronderneming van de plaatselijke slachterij. Het had als doelstelling om de overblijvende, organen van varkens en runderen te verwerken tot winstgevende producten.
Het nieuwe bedrijf, dat zou uitgroeien tot een van de grootste beursgenoteerde farmaceutische bedrijven, ontleende zijn naam aan die aanvankelijk waardeloze dierlijke organen. Het haalde zijn grondstoffen uit slachtafval.3)
Uit afval?
Ja, uit afval! De nieuwe vitamine-preparaten met A en D waren uiterst lucratief. Daar zou geen rapport uit The Lancet aan gaan tornen! A en D is van dierlijke oorsprong! Daar was het gevonden, toch..?
Maar de vaststelling van Moore werd op andere plekken wel degelijk serieus genomen. In 1931 werd tijdens de eerste “International Conference on Vitamin Standards” onder auspiciën van de Volkerenbond bepaald dat caroteen de standaard moest zijn voor vitamine A. Ook voor vitamine D werd bewust gezocht naar de waarschijnlijke voorloper in het plantenrijk.
In een tweede conferentie, drie jaar later in 1934, bevestigde en bestendigde de Volkerenbond deze standaarden. Voor vitamine A werd het meer specifieke bèta-caroteen aangewezen, waarmee de standaard nog nauwkeuriger werd vastgelegd.
Wereldwijd kwamen er in die tijd van veel meer fabrikanten “vitamine-preparaten” op de markt. Er was een miljarden-industrie bezig te ontstaan. Dierlijk afval leverde zo opeens heel veel geld op. De suggestieve term “vitamine” deed zijn werk en beloofde vitaliteit.
En wat maakt het nou uit dat de echte vitamines eigenlijk helemaal niet uit slachtafval konden komen? Of dat de Japanse onderzoeker Katsumi Takahashi al in 1925 had laten weten hoe giftig die “vitamine” uit leverolie kon zijn. Het is allemaal een kwestie van het juiste taalgebruik en zorgvuldige selectie van woorden. Voortgebracht door de juiste mensen en autoriteiten.
Gratis kennis!
Spin in het web werd Charles Glen King, mede-oprichter van het American Institute of Nutrition en hoogleraar Chemie aan de universiteit van Pittsburgh. Hij was het die uitvoering gaf aan het geweldige idee van een voedingsreferentiekaart, gericht op deskundigen.
In 1934 begon Heinz Company met het gratis verstrekken van het boekje “Nutritional Charts” aan medische studenten en professionals. Het werd gegeven als aanvulling op de medische kennis. Het bevatte de gewenste uitleg en tabellen over “voedingsstoffen”, zoals vitamine A en vitamine D. Effectief werd meer dan 80 procent van de aankomende artsen en voedingswetenschappers bereikt.
King was ondertussen actief in tal van organisaties die zich bezighielden met voeding en gezondheid, zoals het Institute of Food Technologists, de American Chemical Society, de American Public Health Association en de British Nutrition Society.
Als lid van het eerste Committee on Food and Nutrition (Food and Nutrition Board of the National Academy of Sciences/National Research Council) stond King aan de wieg van de eerste “RDA”, waarin de aanbevolen dagelijks toelaatbare doses vitamines werden vastgelegd.
In 1942 verhuisde King naar New York om daar directeur te worden van de Nutrition Foundation, een initiatief van de voedingsindustrie.4)
Het bedrog, dat begon in de jaren dertig, gaat na bijna honderd jaar nog steeds door. In de voedingstabellen van vandaag wordt het veilige caroteen uit plantaardige voeding nog steeds gelijkgeschakeld met het gevaarlijke retinol uit dierlijke producten. Onderstaande tabellen komen uit het Heinz Handbook of Nutrition van 2003:
Vitamine D zit natuurlijk vooral in die vreselijk smakende levertraanolie. Of in de preparaten waarin de visolie-extracten voor ons worden verwerkt.
Maar let op: in moedermelk zit toch echt te weinig vitamine D! Foutje van de natuur. Echt waar! 🤥🤥🤥
1945
In 1945 doet Thomas Moore nog een poging om aandacht te vragen voor de risico's van vitamine A en vitamine D. De tientallen onderzoeken die werden gepubliceerd in de voorgaande decennia, en die allemaal de giftigheid aantonen, brengt hij in kaart.
Daaraan voegt hij nog een eigen onderzoek toe dat de giftigheid bevestigt. Zijn publicatie leidde niet tot een grote ommekeer.5)
In datzelfde jaar, 1945, zocht Charles Glen King samenwerking met de Rockefeller Foundation, voor de oprichting van een nieuw onderzoeksinstituut. In hetzelfde jaar ook, 1945, werd in New York de Verenigde Naties opgericht met hulp van de Rockefeller familie. In 1948 werd de Wereldgezondheidsorganisatie van de Verenigde Naties opgericht, de WHO.
Direct al bij de eerste General Assembly van de WHO werden de standaarden voor vitamine A en vitamine D veranderd.6) Van vitamine A, als gevonden in dierenlevers, kon inmiddels een synthetische vorm worden gemaakt.
Het omrekenen van de oude naar de nieuwe standaard was echter problematisch. In een levend organisme is caroteen niet gelijk aan tweemaal retinol. Ingewikkelde taal was nodig om dat te verklaren. Een typisch staaltje doublespeak.
Ook de door de Volkerenbond gekozen standaard voor vitamine D werd ongeschikt bevonden en van tafel geveegd. Het plantaardige ergosterol leek te weinig op het dierlijke vitamine D3. Voortaan was colecalciferol (vitamine D3) de standaard.7)
Na dat besluit door de WHO in 1949 worden vitamine A en vitamine D in die vormen, synthetisch retinylacetaat en colecalciferol, aan margarines toegevoegd. In Nederland werden fabrikanten daartoe gedwongen via het Margarinebesluit in 1961.8)
Ondertussen maakte Charles Glen King gestaag carrière en stond inmiddels aan het hoofd van de International Union of Nutrition Sciences (IUNS), werd president van de American Society of Biological Chemists, V.S.-vertegenwoordiger bij het International Nutrition Congress, mede-directeur bij het Institute of Nutrition Sciences, consultant bij de Rockefeller Foundation en consultant bij de Verenigde Naties.9)
Tenslotte, op 80-jarige leeftijd, publiceerde King nog een boek:
A GOOD IDEA..? A and D?
Echt..? 🧐🧐🧐