Deze term werd voor het eerst gebruikt in een artikel van de Poolse onderzoeker Casimir Funk uit 1912. Het is een samentrekking van 'vita' en 'amine'. Toen later bleek dat er helemaal geen sprake was van “amines” schreef Funk dat hij vooral op zoek was geweest naar een goed klinkende naam die iedereen kon onthouden. Ook reisde hij naar de VS om zijn vitamine-preparaten aan de man te brengen. Lees hier meer over Casimir Funk.
Vitamines zijn essentiële voedingsstoffen
Een vitamine is een stofje dat we moeten binnenkrijgen, omdat anders bepaalde processen niet goed functioneren. Het is daarom essentieel. En omdat we het niet zelf aanmaken moet het van buiten komen. De logische bron is ons voedsel, daar werden de vitamines immers ook ontdekt. Vitamines koop je bij de groenteboer, niet bij de drogist. 😊 Lees hier meer over de definitie van vitamine.
Waar vinden we vitamine A?
De stof die in wortelen zit heet caroteen (carota=wortel). Van die stof maakt ons lijf zelf retinol. Caroteen is daarom de voorloper van vitamine A. In de vorige eeuw werd die lichaamseigen stof (retinol) vitamine A genoemd, ook al druist dit in tegen de definitie van vitamine. Later werden steeds slimmere methodes bedacht om die stof, en ook afgeleides ervan, in een fabriek na te maken. Retinyl-esters zoals retinyl-acetaat of retinyl-palmitaat worden nu als “vitamine A” toegevoegd aan ons voedsel. De meest efficiënte methode van namaken is via het combineren van aceton en acyteleen. Lees hier meer over Vitamine A.
In verpakt konijnenvoer en andere diervoeding (maar ook mensenvoeding uit de supermarkt!) zit daarom vrijwel altijd zo'n retinyl-ester. Open hier het kader over de synthetische productie van vitamine A.